Jouw baan is mijn baan

Marc Jans­sen, di­rec­teur Zorg en Dienst­ver­le­ning

"En dan mag ik me mel­den op Ver­vers­hof. Ik ben wat vroeg en spreek kort met Clai­re van de re­cep­tie of Iris er al is. Clai­re heeft haar nog niet ge­zien. Ik loop even naar de gas­te­rij voor een kop­je kof­fie. Daar praat ik wat met col­le­ga's over het weer, de va­kan­tie­be­zet­ting en de na­wee­ën van co­ro­na. Na en­ke­le mi­nu­ten is Iris er en be­gint mijn dienst. Of, zo­als en­ke­le be­wo­ners la­ter zul­len zeg­gen: 'ah, een sta­gi­air die het vak komt le­ren'."

 

Marc Jans­sen, di­rec­teur zorg en dienst­ver­le­ning. loopt een dag­deel mee met Iris Gert­sen van In­di­vi­du­e­le Be­ge­lei­ding. Hij schets zijn re­laas: "Een open en har­te­lijk ont­vangst over wat we gaan doen: van­mid­dag be­ge­lei­den we be­wo­ners van de aan­leun­wo­nin­gen Ver­vers­hof van en naar hun mid­dag­maal­tijd in de gas­te­rij. Dat het echt an­ders wer­ken is dan nor­maal blijkt uit mijn te­le­foon: te­gen­over een week­ge­mid­del­de van ca 2400 per dag staan nu, hal­ver­we­ge de mid­dag, ca 3500 stap­pen op de tel­ler.

We be­gin­nen met me­vrouw Nijs. Ze weet van mijn komst en maakt on­danks haar ho­ge leef­tijd een mon­di­ge en kwie­ke in­druk. Voor­dat we de gas­te­rij bin­nen­rij­den, ne­men we een af­slag naar de tuin. Een fo­to mag na­tuur­lijk niet ont­bre­ken. Me­vrouw Nijs heeft een druk pro­gram­ma. Na het eten heeft ze een af­spraak bij de kap­per en on­der­weg van tuin naar de gas­te­rij spre­ken we over kleur­spoe­ling: "Nee. Ge­woon na­tu­rel!", klinkt het re­so­luut. Aan­ge­ko­men aan ta­fel neemt ze plaats op haar vas­te plek bij me­vrouw Huij­er­jans en me­vrouw Van Lier­op. Bei­de da­mes zijn niet op hun mond­je ge­val­len. Of ik als nieu­we­ling niet iets kan doen aan de pu­ree. "Na een jaar aard­ap­pel­pu­ree is een ge­kook­te aard­ap­pel ook wel eens lek­ker jon­gen." Ik kan me daar al­les bij voor­stel­len.

De stap­pen ont­staan van­zelf. Meer­de­re ke­ren op en neer, waar­bij ik met een veel­heid van be­wo­ners ken­nis mag ma­ken. Ie­de­re be­wo­ner met een ei­gen ver­haal en de merk­ba­re drang om het ver­haal ook te ver­tel­len. Het meest in­druk­wek­kend was de heer Pijs. Me­neer is ern­stig ziek, maar weet met zijn hu­mor en po­si­tie­ve in­stel­ling Iris toch wat on­ge­mak­ke­lijk te ma­ken. Met zijn ver­wij­zing naar het lek­kers van vo­ri­ge week in het ka­der van haar ver­jaar­dag (sor­ry Iris: ik be­sef me dat ie­der­een die dit nu leest na­denkt over jouw leef­tijd). Ik houd van dat ty­pe hu­mor. Als blijkt dat me­neer oor­spron­ke­lijk uit Nue­nen komt heb­ben we het na­tuur­lijk over Bra­bant, Vin­cent van Gogh en PSV. Dan wordt het voor mij on­ge­mak­ke­lijk. Ik zie een ma­quet­te van een mo­tor staan in de kast en maak daar een ver­wij­zing naar. Me­neer ver­telt het ver­haal ach­ter die mo­tor. Te­gen zijn zoon heeft hij ooit ge­zegd: "Als ik een mo­tor koop, dan heb ik die lan­ger dan jij de jou­we." De­ze 'mo­tor' heeft hij nu bij­na 25 jaar en zijn be­lof­te al­lang waar­ge­maakt na­tuur­lijk. Zijn zoon heeft on­langs aan­ge­ge­ven de­ze ma­quet­te héél graag te wil­len heb­ben. Dan valt bij mij het kwart­je in re­la­tie tot zijn ziek­te. Ik val even stil.

Na­dat me­neer Pijs zijn maal­tijd ge­nut­tigd heeft, lo­pen Iris en ik naar bui­ten. Te­rug naar de gas­te­rij. Dui­de­lijk is dat me­neer een streep­je voor heeft bij Iris en dat zijn ziek­te haar raakt. Als­of het zo moet zijn, wordt me­vrouw Nijs te­rug­ge­bracht door de kap­ster. Keu­rig met een nieu­we, na­tu­rel­le cou­pe. We ma­ken een grap­je over het feit dat het toch geen ro­de wa­ter­golf is ge­wor­den. Het breekt het mo­ment in po­si­tie­ve zin.

Iris en ik ko­men tot de con­clu­sie dat het op veel fron­ten een mooie ont­moe­ting is ge­weest. Voor mij was het al­les­be­hal­ve IN­DI­VI­DU­EEL. Dank je wel Iris, het was SA­MEN.


in·di·vi·du·eel
: 1 ie­de­re af­zon­der­lij­ke per­soon be­tref­fend; 2 per­soon­lijk
sa·men1 bij el­kaar: 2 in el­kaars ge­zel­schap; = ge­za­men­lijk: we gaan sa­men; sa­men uit, sa­men thuis